Home Info Rebellion Media Contact Links Sponsoring
  Logboek Foto's

Interviews

   
LOGBOEK 2007: April - Juni

1 - 5 april

We zijn nog niet helemaal klaar en we wachten op de middagstroom om ons de baai uit te spugen. De eerste nacht is goed, maar de volgende dag is het dobberen geblazen. De weersvoorspelling klopt en de wind is de komende dagen ver te zoeken. Met de gennaker doen we ons best, meestal is er 's nachts meer wind dan overdag. Het is overigens bloedheet en we verstoppen ons in de schaduw van ons zonnetentje. Allerlei grappige vissen schuilen in de schaduw onder de boot. Zij geven ons entertainment. Uren kijken we naar die maffe beesten terwijl ze elkaar wegjagen, wat een energieverspilling, de boot is groot genoeg voor alle visjes. Iedere dag berekenen we of we op tijd in Rio aankomen en dat moet wel lukken.
5 april komen we net voor donker aan in het archipel Abrolhos. We zijn de enige zeilboot, verder zijn er veel vissersboten. Wat doen die hier? We vragen het aan de beheerder van het nationale park (het eerste van Brazilië) die geld komt innen dat we niet hebben! Het is heilige week en dan mogen de vissers niet vissen (iets met Jezus ofzo). Lekker slapen.

6 & 7 april

Joepie de poepie, wat een perfecte plek. We knopen de boot aan een mooring en duiken de hele ochtend. We zwemmen met rays en schildpadden en grote barracuda's en zoveel andere kleurrijke vissen. Laure krijgt spontaan kramp in haar been als een hele grote vis zich omdraait en zijn hele grote bek opendoet. Ze schrikt behoorlijk en ik hoor haar onder water gillen. Terug in de boot komt de eigenaar van een duikschool met luxe motorcatamaran een babbeltje maken. Hij is Frans en wil alles weten over de tocht. Hij mag ons blijkbaar, want hij komt later met twee tassen verse groenten, fruit en brood aanzetten en ijskoud bier! Ik moet overigens vermelden dat Fransen de meest genereuze mensen zijn, ondanks alles wat er aan scheelt, zijn ze altijd bereid medezeilers te helpen! En dat kan je van Hollanders echt niet zeggen. Aan het eind van de middag steekt een windje op dat steeds harder blaast een vissersboot komt ons halen en zeggen dat we moeten evacueren voor mogelijke storm. Alle boten aan de zuidzijde verkassen naar de noord. Ankeren en afwachten er komt nog een zeilboot bij. Een van de visbootkapiteins komt op bezoek, een heel klein mannetje, hij heet Ernesto. Hij is zo grappig, al weet ik niet waarom, misschien de glinstering in zijn ogen en zijn kinderlijke enthousiasme. Het valt allemaal wel mee met de storm, maar de andere kant is echt te gevaarlijk. We rollen die nacht en slapen doe ik niet. De volgende ochtend vertrekken de vissersboten, eerst vaart Ernesto even langs, pakt de vhf en houdt uitgebreid betoog. We begrijpen er niet veel van, maar hij ratelt maar door. Hij wenst ons goede wind en dat god over ons mag waken, Amen, de bemanning slaat een kruis over hun borst. Dag lieve Ernesto, wiens neus net boven zijn stuurwiel uitsteekt. We drinken koffie op de Braziliaanse zeilboot, Luis Carlos (de eigenaar) en zijn vriendin Ivanova kennen de commandant van het eiland en met zijn vieren brengen we een bezoek. We bezoeken de vuurtoren. We willen nog wat duiken, dus verhuizen we met onze boten naar de (volgens sommige) beste plek. Eerst lunchen op de andere boot, de zee is nog te ruw voor het duiken op het rif daarom vertrekken we richting Rio.

8 - 12 april

Drama, na een vlot vertrek is het de volgende dagen meer dobberen dan zeilen.
50 mijl per dag gemiddeld. Af en toe wind, maar uit alle richtingen, ook een nacht met bliksem (horizontaal) en om het compleet te maken een ministorm (twee uur bijliggen). Het is hier heel druk met scheepvaart en er zijn overal olieplatformen. We voeren een uitgebreid gesprek met de kapitein van de CGG Laurentian, die zes kabels van vier mijl lang achter zijn schip aantrekt voor seismisch onderzoek. We dobberden vlak langs zijn koers. Af en toe wordt de verbinding verbroken omdat er een helikopter op zijn dek landt. Hij helpt ons met een zeer uitgebreid weerbericht en dat voorspelt weinig goeds: we gaan Rio waarschijnlijk niet meer halen. Ik besluit koers te verleggen naar het plaatsje Buzios. Ik wil niet dat Merel moet wachten. De laatste dag (als voorspeld) wel wind, perfecte Noordoost (5 bft) met uitgeboomde Genua surfen we van de golven af. Heerlijk. Net voor donker komen we aan, de motor doet het niet en dus varen we binnen onder zeil. Tijd voor welverdiende rust.

abrolhos1

bezoeker

abrolhos2

vertrek abrolhos

13 april

Vandaag gaan we op onderzoek. Volgens mijn toeristengidsje is Buzios de chiqueste badplaats aan de kust, een door de jetset geannexeerd vissersdorpje. Het St. Tropez van Brazilië met een kristal heldere Caribische blauwe zee,
23 stranden, cafés en nachtclubs waar Madonna, U2 en Bill Gates(?) naar toe komen. Afijn, heel interessant allemaal, maar wat heeft het ons te bieden? De prijzen zijn heel exclusief, alles is drie keer de normale prijs, maar kraanwater is niet veilig te drinken. We vinden alles wat we nodig hebben en lokaliseren het busstation. Het is overigens een pittoresk dorpske met standbeeldjes en verzorgde tuinen en boulevard. Terug naar de boot met water om kleding te wassen. De motor is overigens fucked, het gereviseerde versnellingsbakapparaatgevalding is redelijk in de soep gelopen, al het vet is eruit gelopen en er drupt zeewater uit. Hoe dat nu weer op te lossen? De hendel zit moervast en een paar dagen geleden was er niets aan de hand?

Meer verdrietig nieuws: Laure heeft vandaag besloten om de boot voorgoed te verlaten. Ze zou wat gaan reizen, terwijl Merel aan boord zou komen en daarna weer terugkomen over een paar weken. Maar ze heeft er geen zin meer in om mee te zeilen tot ik er genoeg van heb. In Beunos Aires heb ik de boot straks op de kant en dan heb ik geen crew nodig. We zijn ook niet verliefd, hoewel een hoop mensen dat blijkbaar denken, dus wat heeft het voor zin? Ik wil mijn vrijheid en zij haar onafhankelijkheid. Het is de beste oplossing: zij weet waar ze aan toe is en ik kan volledig mijn gang gaan. Toch ben ik verdrietig want zes maanden op zes vierkante meter vormt een band, we zijn ook een goed team geworden, ik zal haar missen.

[Top]

14 april

Motor maken, althans ik stop nieuw vet in de combidrive unit, lijkt wel wat te werken (voorlopig). Laure pakt haar rugzak. In de middag struinen we lekker door het stadje. Als je een handtas zoekt of schoenen, ben je op de juiste plek in Buzios, maar knuffelbeesten zijn erg schaars. Ze zijn de kinderen blijkbaar vergeten. Toch vinden we uiteindelijk een speelgoedwinkel en ik koop een schildpad voor Laure. ‘s Avonds eten we pizza en kijken we terug op onze tocht.

15 april

Afscheiddag. We kopen wat broodjes, maar krijgen amper een hap door onze keel. Het is zo raar, zes maanden lang kon je je niet omdraaien of je zag de ander. Zes maanden lang lag de ander binnen handbereik, zes maanden lang alles delen op zes vierkante meter. En nu stapt mijn beste maatje op de bus. Ze zwaait nog een keer met haar zakdoek en dan vertrekt de bus. Tranen rollen over mijn wangen, mensen kijken me raar aan want mannen horen niet te huilen in Macholand. Ik loop over straat en bedenk dat ik geen woord Portugees spreek. Zo makkelijk met Laure, die sprak alle talen en ik duwde haar altijd voor me uit als er gesproken moest worden. Ik check nog een keer mijn mail, maar geen bericht van Merel. Ik loop nog een keer naar de bushalte om te zien of ze op de zojuist gearriveerde bus zit. Niet dus. Terug naar de boot, beetje opruimen. Na twintig keer gebeld te hebben neemt Merel eindelijk op. Ik weet haar aankomsttijd en wacht haar op. Goed om haar te zien. Ze is weinig veranderd, maar al wel helemaal ingeburgerd hier. Ik had de hele dag niet gegeten om ‘s avonds ruimte over te houden voor een welkomstdiner. Merel had zich met de lunch helemaal volgepropt, om ‘s avonds niet te hoeven te eten. Ik eet dus alleen, terwijl Merel praat. We vinden een leuk tentje aan de haven met live muziek, waar we lekker bijkletsen.
Jachtclub Buzio

Wie wil weten hoe het verder gaat met Laure, zie: Laure's blog.
Je moet wel een beetje Frans kennen.

16 & 17 april

Vruchtensapjes drinken en naar het strand. Merel die midden in de jungle woont tussen de Stille en Atlantische Oceaan, ziet zelden de zee. Zij wil dan ook zwemmen in de grootste golven die we kunnen vinden. We vinden een surfstrand en ze leeft zich uit. Ik zit in een strandstoel en lees Yoep van ‘t Hek, maar ik vind het helemaal niet grappig en ik leg het weg. Het andere boek, van Herman Finkers, is iets beter, maar erg flauw. Nederlands bekendste komedianten vind ik helemaal niet grappig. Het lijkt wel of ze twintig jaar lang dezelfde grappen vertellen. ‘s Avonds gaan we naar een pizzatent waar je voor zes euro zoveel pizza mag eten als je op kan! Daar maken we dankbaar gebruik van en we stoppen ons zovol dat we amper nog kunnen lopen. Merel eet zoveel dat ze de volgende dag helemaal niets eet. Dat hamsteren heeft ze vast bij de Indianen geleerd.

Door Merel

Laure heeft haar voeten nog niet gelicht, of ik sta al op de kade! Het is een erge strakke wisseling van de wacht die, denk ik, voor alle drie wel een beetje raar voelt. Maar ja, het zei zo en eh… Ik ben gewoon onwijs blij Paulus de Zeesmurf hier aan deze kant van de oceaan te zien! Aan komen dobberen in z’n notendoppie… toch wel stoer! Erg stipt is ie overigens niet echt, want een half jaar geleden zei hij al dat hij er aan kwam. Daarna zou het januari worden en nu is het dus al april…. Mañana, mañana …. Het is net een latino! Ik hem ook aardig wat graden zuidelijker op moeten zoeken dan oorspronkelijk het idee was. Ooit heeft hij me beloofd me op te komen halen in de Amazone. Maar die belofte was hij snel vergeten toen hij er achter kwam dat het daar niet waait. Sindsdien ontkent hij het in alle kleuren en zegt hij dat ik dat heb verzonnen. Fijne jongen hoor!
Er wordt weinig wind voorspelt voor de aankomende dagen. Het schijnt überhaupt niet veel te waaien in deze contreien. Heb ik weer hoor! Denk ik lekker twee weken te komen zeilen, lijkt het erop dat we de hele reis naar Rio moeten gaan motoren. Met hoop op zegen wachten we nog maar een dag of twee in Buzios, want de “GRIP files” (je weet wel - niet dus) voorspellen weersverslechtering – wind dus!
Buzios is echt voor snobs en Paul voelt zich er helemaal thuis. Hij belt doodleuk de nachtwacht van de jachthaven om middernacht uit z’n bed! Als de brave man eindelijk aan de andere kant van het gazon is om de poort te openen, begroet Paul hem met een jofel “he Rafael!” Hij houdt met z’n zes woorden Portugees een ouwe-jongens-krentenbrood praatje, en dan lopen we vrolijk naar binnen, terwijl we niet eens betalen of ingeschreven staan!!! Haha.
“Ze zijn, geloof ik, niet echt blij met me” merkt hij dan ook nog heel verbaasd op. “Maar m'n boot ligt echt buiten de jacht haven” (lees: aan de andere kant van de boei), “dus ga ik natuurlijk niet betalen!”
Om de tijd dan toch nog enigszins nuttig te besteden, besluiten we maar een marktonderzoek onder de jachthavens in Rio te gaan houden. Na twintig pogingen en vier telefooncellen, waarvan er één versierd was met ketchup (waar ik pas achter kwam toen ik hem tegen m’n oor drukte…) belanden we enigszins gefrustreerd in een telefoon centrale. Alle nummers die we draaien zijn in gesprek. Dat kan toch niet, dat vier jachthavens continu in gesprek zijn? Gelukkig helpt de caissière ons uit de brand met een gouden tip: alle telefoon nummers hebben kort geleden een cijfer erbij gekregen. Zelfs in de rimboe zou je in zo‘n geval nog zo’n afgezaagd bandje te horen krijgen met de mededeling dat het nummer veranderd is, maar niet in Rio…. Hier vinden ze natuurlijk dat ze wel wat beters te doen hebben. Als we er dan eindelijk achter zijn dat overal een twee voor moet, beginnen we met nieuwe moed. “Goedemiddag, kunt u mij de prijzen geven voor een boot zus en zo?” Nee dus.
Nr 1 is afgehuurd voor het “Red Bull geeft je vleugeltjes” vliegfestijn. Nr 2 is ook afgehuurd voor een of ander feest en in Niteroi, de stad die aan de andere kant van de baai ligt, zijn alle jachthavens gesloten op maandag. Het personeel dat alsnog aanwezig is, heeft kennelijk strenge orders gekregen om geen prijslijstjes voor te lezen, want er valt geen druppel informatie uit te persen. Dertien Reais armer, maar niets wijzer besluiten we maar voor de marine jachthaven te gaan, waar je volgens Paul z’n oude boekje 3 dagen gratis mag liggen. Hadden we ook wel meteen kunnen beslissen!


[Top]

18 april

Geen wind, we motoren weg. Later een licht briesje en de Gennaker gaat op. Kaap Frio is heel erg mooi, veel rots en heel veel vissersbootjes. Lijkt een ideaal eiland. We gaan door een smalle passage tussen de rotsen en komen terecht in erg beschut water. Voor het strand gooien we ons anker uit. Merel bakt een brood.

Door Merel.

“We zeilen!” roept Paul trots. Ik lig te zonnen in de kuip en kijk soms met een half oog even op het kompas, trek wat aan het touwtje van het roer en doezel weer verder. Dit is toch geen zeilen?? Bij zeilen denk ik aan een groot zeil, een boot die minstens een helling van 10 graden heeft, overstag gaan, uitkijken voor boten en boeien, aan touwen trekken…. Met andere woorden, actie! Maar het luie windje is amper genoeg om de gennaker bol te blazen…Tijdens de 30 mijl tussen de Buzios en Cabo Frio hebben we exact één gijp gemaakt, en ik kan me geen boten herinneren. Of zou dat komen doordat ik niet echt op de uitkijk zat?

19 april

Vandaag op ontdekking. We pakken onze tas en zwemmen naar het strand. Hier aangekomen, kleden we ons om en gaan op zoek naar de marine-baas-gast, om te vragen of we naar de vuurtoren mogen wandelen. We worden begroet door een oude chagrijn, die ons verteld dat we alleen op het strand vrij mogen wandelen. Discussie heeft geen zin. Terug naar de boot. We herankeren dicht bij de rots en gaan duiken. Zodra we in het water liggen, komt er zo’n marinegast uit zijn uitkijkpost en begint te schreeuwen dat het verboden is. Waarom worden toch alle mooie eilandjes ingepikt door de marine, die er vervolgens niets doet? Waarom zouden we hier niet mogen duiken. Maar ja je staat machteloos tegenover dit soort onzin. Waarom heeft Brazilië toch zo’n grote krijgsmacht? Ze hebben nog nooit oorlog gevoerd.

Door Merel

De baai van de Praia do Farol is niet te zien op Google Earth. Er hangt heel strategisch een wolk boven. Logisch natuurlijk, want dit is hoogst geheim marine gebied. Zo geheim dat niemand weet wat er precies gebeurt (al kan het niet veel zijn). Langs de gehele lengte van de kust staan oprot-borden, met uitzondering van het strand. Daar mag je dan weer wel komen en dat zullen ze weten! De hele dag door is het een komen en gaan van toeristenboten, die er hun opvarende een half uurtje uit laten, onder het toeziend oog van ‘s lands strijdkrachten. Bij gebrek aan een boot houden de mariniers zich op in het huisje aan de voet van de berg. Daar hebben ze goed uitzicht. Op de toeristen dan, want een aanval van zee kan je er niet aan zien komen. Voor het zwaardere werk is er ook nog een uitkijkpost halverwege de berg gebouwd een bakstenen hokje dat niet groter is dan één vierkante meter. De wachthebbende pineut moet er kennelijk voor zorgen dat idioten zoals wij niet in het water gaan duiken. Als je dat toch doet, dan gaat ie heel hard zwaaien, springen en schreeuwen, boven op de berg (we hebben het uitgeprobeerd). Het water is hier zo kraakhelder dat je het anker op 10 meter diepte duidelijk kan zien liggen. Je kan dus vanuit de boot ook heel goed zien dat er niets raars op de bodem ligt wat een dergelijke verbod zou rechtvaardigen. Het enige rare is dat het water zooo helder en steriel is. Er zwemmen slechts een handjevol schildpadden en een paar scholen kleine vis rond. En een “vierkante vis”, aldus Paul…

20 april

We gaan naar een ander strand, maar de ondiepte doet me omkeren. We zwemmen wat en vertrekken. Het is zo’n zestig mijl naar Rio. Tegen verwachting in hebben we gewoon wind! Bakstag windje, gen op en gemiddeld zes knoop. Merel vind het maar saai, die wil graag nat en heen en weer gesmeten worden. Ik vind het prima zo. We gaan dus erg snel en komen om twee uur in de nacht aan. We knopen de boot vast en gaan lekker snurken.

21 april

Wat een leuke club, wifi, barretjes, zwembaden, tennisbanen, racebootjes om te bewonderen en, erg belangrijk in Rio, het is er veilig. Vandaag een beetje ontspannen in de club rondhangen. Ik maak kennis met mijn buurman. Hij heeft een droomboot, het soort dat ik ook ooit wil hebben. Een open 30. Zeg maar Vendee Globe boot, maar dan half zo groot. Tijdens het ontwerpen van de boot, verloor hij het vertrouwen in de nieuwe formule open 30’s. Een te kleine stap, na de Mini’s en Figaro’s; de Class 40’s zijn te grote concurrenten. Dus besloot hij de boot drie voet langer te maken, en iets minder extreme lijnen te geven, hoewel het nog steeds een pannenkoek is. Een open 33 dus. Hij wil solo de wereld rond via de Zuidelijke oceaan om geld te verzamelen voor zijn onderzoek naar……, hij is arts. We wisselen ideeën uit, en zijn het erg oneens over een aantal zaken, vnl. lopend want, zeilvoering en hoeveelheid stroomvoorziening. Check www.nickiboy.com.br

22 april

Vandaag ontbijtbuffet op de club, Merel stopt haar kleine tasje vol met jammetjes, boterkuipjes en broodjes voor de lunch, sloeber ;-). We nemen de bus naar Rio. We zitten nu in Niteroi, dat ligt aan de andere kant van de baai. Op de Copacabana stappen we uit. Het is erg grauw weer, toch druk op het strand. Ik ben niet zo’n strandmens, dus ik heb het snel gezien. Bovendien is het ook niet erg mooi, Scheveningen is interessanter! We gaan nu naar de Suikerbroodberg. We kunnen het pad niet vinden en lopen erg ver om. Ik vind een klim-maatje voor de route die ik op het oog had. Morgen spreken we af.

23 april

Vroeg op. Om negen uur met Eddifran afgesproken. We komen tegelijkertijd aan. Ed klimt nog niet zo heel lang en heeft nog nooit zo’n lange route beklommen (270m, 5c). Hij stelt voor dat we elders gaan klimmen, maar daar heb ik dus geen zin in. Gelukkig is hij gemakkelijk om te lullen. Hij klimt op het moment beter dan ik, dus het zit hem tussen de oren. Ik beloof hem alles voor te klimmen als het moet. En dat deze route geen probleem is. En dat ik vroeger heel veel klom en dit soort routes deed om op te warmen. Ik zeg er maar niet bij, dat dat al weer tien jaar geleden is. Ed is al zeven jaar Paratroeper, en heeft dus gelukkig geen hoogtevrees. Vol goede moed, neemt hij de eerste touwlengte. Hij maakt een val, maar de route is goed behaakt en hij klimt gewoon weer door. We wisselen om en om de touwlengtes. Het uitzicht is adembenemend, alleen heb ik heel veel pijn door mijn veel te kleine schoentjes. Zoveel pijn dat ik eigenlijk niet kan genieten. Als de zon de wand raakt, beginnen we erge dorst te krijgen en vier liter water is op als we 5 uur later boven zijn. Ik koop wat koude softdrinks en ik word in mijn lip gestoken door een wesp, die mijn Fanta blikje in was gekropen. We nemen de kabelbaan naar beneden, gratis als je naar boven bent geklommen! We eten nog wat en nemen afscheid, het was een fantastische dag!

Door Merel

Paul hangt ergens aan de Suikerberg (voor hem DE reden om naar Rio te komen) terwijl ik lekker zit te internetten aan het verlaten zwembad van de jachthaven (op maandagen is de jachtclub dicht voor mensen zonder boot, en dan is het meteen uitgestorven hier). Het plan was om morgen samen een makkelijkere route te klimmen, maar ik weet niet zeker of dat nog wel zo’n goed idee is. Heb net ontdekt dat hij de waslijn niet eens goed vast kan knopen!!! Met drie vlagen wind sloeg die zo los van de stag. Bijna alle lakens in het rioolwater waar de boot op drijft…
Eigenlijk had hij de moed al een beetje op gegeven. Om de Suikerberg te beklimmen moet je toch eerst zo’n gidsje ergens op de kop tikken en een klim-maatje vinden. Dat bleek via internet toch niet zo makkelijk. Dan maar de stad bekijken, dachten we. Dus zijn we gister, na een uitgebreid zondagochtendontbijt in de jachthaven, de stad maar eens ingegaan, “om de sfeer te proeven”. We zijn vlak bij de Suikerbroodberg uitgestapt en zijn in looppas (Paul kan niet slenteren) naar het andere uiteinde van het strand gemarcheerd. Copacabana hadden we dus snel gezien. Geheel conform cliché hebben we nog een beroving mogen bijwonen. Op het fietspad zagen we een vrouw op de grond liggen (met tas!?) terwijl haar man de halve wereld bij elkaar vloekte met heel veel “filhos da puta”. Een jongen van nog geen 15 en een onschuldig gezicht, smeerde hem op z’n fiets terwijl een menigte hem verwijten na gilde en “pak die dief” riep. Maar het duurde toch iets te lang voordat men in actie kwam, dus hij is niet gepakt. Een tweede cliché, dat van “veel mooie vrouwen op het strand”, vind Paul echt onzin. Braziliaanse vrouwen zijn niet aan hem besteed. Nationale sex-symbolen waar elke Braziliaan bij weg kwijlt, vind hij lelijk en enge koppen hebben. Ook Jesus in the sky (het is erg bewolkt) hoeft niet op erg veel sympathie te rekenen. Die deed hij af met een “de groeten aan je voeten” dus zo kwamen we toch weer terug bij af: de Suikerbroodberg. We gaan op zoek naar het pad aan de voet van de berg, waar de klimroutes ook beginnen en slagen er in om de ingang, op tien meter afstand, over het hoofd te zien. Tegen beter weten in lopen we dus helemaal naar de andere kant van de berg, naar Urca, waar het pad eindigt in een militaire basis. Kennelijk niet een met staatsgeheimen want als je één keer lief lacht, mag je zo naar binnen. Als we eindelijk, tegen het eind van de middag, op het goeie pad zitten, ontmoeten we een groepje jongens die wat aan het oefenen zijn met klauteren. Paul leent even hun klimboekje en krijgt, na een korte babbel waaruit bleek dat ze haast geen Engels spraken, één van hun zo gek om met hem de Suikerbroodberg op te gaan. Althans, dat dacht Paul, want die jongen dacht dat hij een date had om op Babylonia (een kleinere rotswand) te gaan klimmen. Dat had ik als tolk namelijk ook begrepen. Ben benieuwd hoe dat gaat vandaag! Terug in de jachthaven gaan we even langs Suzi, onze vrolijke buurvrouw, om onze afspraak voor morgen te verzetten. Ze wou ons meenemen naar een bergtopje met heel mooi uitzicht. Maar voor we zelf kunnen afzeggen doet zij dat al, waarop heel nuchter de uitleg volgt: haar man is vandaag klem gereden door een andere auto, vlak voor de brug naar Niteroi. Drie mannen met pistolen sprongen bij hem in de auto, plukten hem helemaal kaal en lieten hem toen in een of ander steegje achter. Ze gingen er met zijn auto vandoor. Welkom in Rio!


Italiaanse route

24 & 25 april


Vandaag bureaucratendag, Inklaren bij de port captain, vanmiddag terugkomen! Op zoek naar de policia federal, als we die eindelijk gevonden hebben, en de formulieren beginnen in te vullen, vraagt de bureaucraat of we in Marina Gloria verblijven, “Nee in Niteroi”, word ie boos: dan moet je in Niteroi melden. Vervolgens zeurt “het” dat we zijn papier verspillen. Ik vertel “het” maar niet dat hij mijn tijd verspilt! Terug naar de port captain. Het is 35 graden maar je komt niet binnen zonder lange broek. Die heb ik in mijn tas zitten en ik trek die aan voor het naar binnen gaan. Het duurt weer heel lang. Uit verveling gaan we de plakkaten op de muur bestuderen. Er was hier ooit een port captain die Napoleon Bonaparte Santos heette! Als na drie kwartier de loopjongen terug komt, met de mededeling, dat we weer moeten uitklaren als we weg gaan. Moet ik bijna huilen. Ik zeg hem niet mogelijk, we vertrekken morgenochtend vroeg!(Leugen) Gelukkig heeft Merel ervaring met deze bureaucratie en stuurt de jongen weer weg. Uiteindelijk krijgen we het uitstempel. Nu terug naar Niteroi op zoek naar de police federal, we moeten zoeken want de police federal in Rio heeft het adres van zijn collega’s niet! Eenmaal gevonden, zijn ze aan het sluiten. Ik word weggestuurd omdat ik vergeten bent mijn lange broek over mijn korte aan te trekken. We spreken nog iemand die niet denkt dat inklaren nodig is! Toch gaan we morgen maar terug, dan kunnen we gelijk mijn visum verlengen. We vertrekken vroeg en vinden een hele lange rij. We besluiten het inklaren maar over te slaan. Visum verlengen, kost weer 30 euro, slik. Denk je alles bij je te hebben, vragen ze om een creditcard. Die heb ik niet, maar ik moet aantonen dat ik voldoende geld heb. Een pinpas is ook goed. Die moet ik ophalen. Dus weer twee uur in de bus terug om mijn pasje te halen. Hij kijkt hier bij terugkomst drie seconden naar, alsof je aan de buitenkant van de pas mijn saldo kan aflezen en keurt het goed!!! Merel is in de tussentijd naar de bank gegaan om te betalen. Betalen kan niet direct hier, omdat het geld dan in de zak van de agent verdwijnt! Tijdens het wachten, wordt er nog een leuke naam omgeroepen, “wil Julius Caesar zich aan de balie melden”. Blijkbaar heb je heel veel van dat soort namen hier. Merel kent een Walt Disney en een Brook Shields. Aan het eind van de dag zijn we pas klaar. We zijn nu twee volle werkdagen bezig om drie stempels te krijgen!! Het is veertig graden buiten.
Merel op bezoek

[Top]

26 april


Vandaag de Suikerbroodberg beklimmen met Merel. Laure mailde me gisteren dat ze me wil ontmoeten, nu staat ze opeens op de stoep. Ze neemt met ons de bus mee terug naar Rio. Ze vertelt me over haar avonturen. Ze is na Buzios naar Parati gegaan en heeft daar een bevriend zeiler opgezocht (Jaques Cousteau), die een beetje down was omdat alles stuk gaat en zijn geld op is. Zo ken ik er nog een! Ze hebben elkaar dus een paar dagen opgevrolijkt. Daarna is ze met een Belgische schipper teruggevaren naar Rio. Dit was een drama. Saaie vent, saaie boot. Nu moet ze bedenken wat ze gaat doen. Ze vraagt of ze nog wat weekjes mee mag zeilen. Dat vind ik prima, maar pas als Merel weg is. Daar wilt ze niet op wachten, dus besluit ze naar Panama te gaan en daar een boot te vinden om de Pacific mee over te steken. We ontbijten met z’n drieën en we nemen weer afscheid. Op naar de Suikerbroodberg. In mijn gidsje staan wat makkelijke routes op de oost wand. Ook staat er bereken extra tijd voor het vinden van de route! We zijn dus een uur aan het zoeken naar het begin van de Heineken route! Als ze nu gewoon een pijl op die rots tekenen, of een fatsoenlijke foto plaatsen, maar nee daar zijn ze nog niet opgekomen. Het is een vierdegraads route. “Grote bakken” dacht ik, maar het is een met mos begroeide wrijvingsplaat, waar ik met mijn profielloze gympen geen grip op krijg. Ik glijd iedere keer naar beneden! Te gevaarlijk, bovendien helemaal niet interessant. We seilen weer ab, en gaan op zoek naar de normale route. Deze is helemaal saai, gewoon een wandelroute over een graat, met slechts een 20 meter klimpassage. Ik baal echt als een stekker. Slepen we hier al onze uitrusting voor mee? Ik vergeet in mijn frustratie nog foto’s te nemen van Merel in de sleutelpassage. Ik prop het touw in de rugzak en ren naar de top. Hier wacht ik op Merel. Niet echt lief, bedenk ik me te laat. Maar Merel vergeeft het me en beweert dat zij er wel van genoten heeft!! Nou ten minste iemand blij.
Merel in Rio

27 april

Vertrek! Eindelijk is er wind voorspeld, wel zes Bft, mooi stukje zeilen voor de boeg. Met goede moed vertrekken we. Al snel beginnen we te reven. We kruisen de baai uit, de wind is ZW (dat was niet voorspeld). We passeren de Suikerbroodberg en de Copacabana. Dan trekt de lucht helemaal dicht en begint het te regenen, harder en harder. Dit geldt ook voor de wind, harder en harder. We zien niets meer. Ik trek het voorzeil naar beneden en kijk het even aan. Dit koufrontje is wat heviger dan voorspeld, bovendien hebben we nu wind tegen. Mijn ervaring met deze frontjes is dat ze wel een tijdje kunnen duren. Ik besluit dus om terug te keren. Merel stuurt de hele tijd en vindt het nu wel echt zeilen! We surfen van de zeer snel gevormde golven af de baai weer in. De wind neemt nog steeds toe, met de windmeter meten we meer dan veertig knopen wind (negen Bft), gekkenhuis. In de baai vinden we relatieve bescherming, ik besluit te ankeren. Alles is zeiknat! Eerst lekker slapen.

Door Merel

Eindelijk waait het een beetje! Voor mijn gevoel kan de boot elk moment omslaan, maar dat zal wel mee vallen. De weersvoorspelling melde een koud frontje, met veel regen en een windkrachtje zes. Dat zou ons mooi met halve wind naar Ilha Grande kunnen blazen! Maar als we de baai uit zijn, trekt het helemaal dicht. Paul's plan om leuk langs Copacabana te varen, valt in het water, want de hele stad is al snel niet meer te zien door de dichte regenwolken. De wind draait en komt nu, net als de golven, precies uit Ilha Grande waaien. Aan de wind, in de regen en dwars door de golven kruisen we een paar uur op en neer. Op het radarscherm staan grote jongens die we niet zien, maar die gelukkig al snel allemaal stil gaan liggen. De Rebellion is dan nog de enige die met zeven knopen van de golven afzeilt. De wind is onrustig en heeft soms harde vlagen (terug in de baai hebben we windkracht negen gemeten!) We hebben weinig zeil uit, schieten voor geen meter op en zijn, ondanks de regenjassen, doorweekt. Nou ja, dat was dus een leuk uitje, maar aan het eind van de dag zijn we weer terug in onze ouwe “gare-tas” haven. We gaan voor anker in de hoop dat, als we een dag uitgeschreven blijven, we morgen weer recht hebben op de eerste drie dagen voor halve prijs.

28 april

Terug naar de club, weerbericht bekijken. Dinsdag geven ze pas normaal weer op met beetje wind. Merel krijgt een e-mail van haar baas: ze moet begin Mei terugkomen. Dan is er niet genoeg tijd over om mee te zeilen naar Ilha Grande. Jammer. We zijn de stad allebei een beetje beu.



Merel in Rio (alweer)


Merel in Rio (nog een keer)


Kaap Frio

29 april

Wat te doen on a cloudy day? “Merel jouw feest”! Ze besluit naar een fort te willen gaan waar we al de hele week tegenaan kijken. Eenmaal daar mogen we wel naar binnen, maar dat kost geld en je mag niet vrij rondwandelen; laat maar. Merels tweede plan, naar het strand, vind ik niet zo geweldig en zo wordt het dan toch mijn feest!! Haha. Eerst gaan we naar het museum voor hedendaagse kunst van Niteroi. Het gebouw is van veraf indrukwekkend, ontworpen door Oscar Niemeyer, de gast die heel Brasilia heeft ontworpen. Dit is een van zijn mooiste creaties, ik ben echter geen fan. De man had blijkbaar geen oog voor detail en creëert ruimte- en materiaalverspilling. Het museum is gratis!! Al snel zijn we erachter waarom, het is namelijk helemaal leeg van binnen! Een paar hippies spelen trommel en op de bovenste verdieping projecteren vier Vaagos (kunstenaars pfffffffff) hun totaal nietszeggende filmpjes op de muur. Waarschijnlijk met veel subsidie, in heel veel tijd in elkaar geflanst. Buiten is er ook kunst. Hier mogen de bezoekers meewerken aan kunstwerken!! Leuk, ons favoriete kunstwerk is: bananen eten. Kratten vol met heerlijke bananen liggen klaar om opgegeten te worden, geen probleem, scheelt weer lunch. Het enige dat je moet doen, is: de schil op de grond gooien. Mijn minst favoriete kunstwerk is: posters van Playboy bekladen met viltstift, toch zonde van die mooie vrouwen. Maar ook in Brazilië mogen lelijke feministen hun frustraties uiten. De rest van de kunstwerken snap ik niet: man met stoel op zijn rug, met veiligheidstape afgezet gebied waar mensen picknicken?!?
Nu naar de film. We kopen een kaartje voor een komedie Wild Hogs o.i.d. Best geinig (heb effe gelachen), hij gaat over vier mannen in midlifecrisis die een roadtrip maken met hun motoren. Als de film is afgelopen sneaken we de volgende zaal binnen. Nu een film over internet-dating, erg matig. Als die film is afgelopen sneaken we de derde film binnen. Gaat over een meisje met een bemoeizuchtige moeder, heel erg slecht! Dan worden we gesnapt en maken we ons uit de voeten. We gaan pizza eten, maar die is compleet bagger. Erg jammer. We betalen te weinig, lachen vriendelijk en maken ons weer snel uit de voeten, terwijl de ober het geld telt.

30 april

Tja wat zullen we vandaag doen? “Merel jouw feest”! Ze komt met een plan dat we Koninginnedag gaan vieren bij het Nederlandse consulaat, op kosten van de staat. Ze trekt haar oranje jurk aan en ik vis mijn grote Nederlandse vlag tevoorschijn. Er was dus geen feest, dat hadden ze al gevierd op de 25ste. Nieuw plan: we gaan naar het standbeeld van Jezus, maar zonder te betalen voor het treintje. De bewaking blijkt erg scherp en we besluiten het er maar niet op te wagen. De ervaring hier met de politie is niet erg positief. Tweede plan ook mislukt. Mag ik weer wat verzinnen. Uhhhm, film? Er draait weinig dat we nog niet gezien hebben en de film die we wel willen zien, begint pas laat. We gaan op zoek naar goedkope dvd’s, uiteindelijk dezelfde prijs als de bioscoop. We kopen er drie. “Being John Malkovich” is de keuze voor vanavond. Eerst eten we op het terras van de club. Ze hebben maar één keuze: plato, bord/maaltijd, genaamd. Zeilersbord met rijst, bonen, friet, biefstuk en ei. En een blaadje sla en een schijfje tomaat. In Brazilië eten ze weinig groenten, maar veel fruit. Ik zit vol.

Door Merel

Komen twee Nederlanders bij het consulaat, verkleed in oranje jurk en met een (beschimmelde) Nederlandse vlag als geheime troef kaart: “Ja meneer, we zouden graag willen weten of er ergens een feestje is?” Nee, helaas. Geheel volgens de lokale logica, is 30 april hier op de 25ste gevierd…..
Tja, wat moet je dan doen in Rio? De Suikerbroodberg hebben we al beklommen. Nou ja, Paul althans. We zouden samen de “Heineken route” doen, maar die konden we niet vinden. Toen zijn we maar voor optie B gegaan, maar dat was niet meer dan een klauter-route. Frustrerend voor Paul, maar ik vond hem toch wel mooi! Voor de ondernemers onder u: een duidelijk boekje met klimroutes in Rio is een gat in de markt! Ik zou ook gewoon meteen bordjes ophangen met “hier begint de Heineken route” en dan met een kwast een lijntje van de voet tot de top van de berg trekken. Dan kan je de route tenminste niet kwijt raken! Maar ja, dat schijnt not done te zijn… Nee, je een ongeluk zoeken, dat is leuk! Jezus bezichtigen is een vrij elitaire bezigheid, want de treinrit van drie km kost je al gauw zo’n vijftien Euro. Je kan wel gaan lopen, maar dan moet je door een Favela, dus dat wordt “ten sterkste afgeraden” Uiteraard. Roemenië schijnt een dealtje te hebben gesloten met Jezus en een leuk graantje mee te pikken van deze mega toeristenindustrie. Hun consulaat, aan de overkant van het spoor, is bijna zo groot als paleis Soestdijk. Dat terwijl het Nederlandse consulaat ergens op 10 hoog voor zit!


1 mei

Merel heeft haar tas vliegensvlug ingepakt en ik ben ervan overtuigd dat ze iets is vergeten! Als ik ga zoeken naar vergeten voorwerpen, vind ik overal in de boot verstopte zakken M&M’s! Ja die moest ik nu nog niet vinden! Oeps. Sinds Laure weg is, vreet ik weer dagelijks M&M’s. Merel, die mij te mager vindt, helpt mij graag met het verhogen van mijn cholesterol. Ik zet haar af bij de bushalte en zwaai haar uit. Nu ben ik dus echt alleen. Nu pas realiseer ik me hoe Laure zich heeft gevoeld. Erger nog: zij had haar huis niet bij zich. Somber wandel ik terug naar de boot. Ik begin de boot klaar te maken en check nog even het weer en mijn e-mail. Niemand schrijft mij meer, ben ik nu al vergeten? Hey vrienden voor wie ik dit dagboek bijhoud. Laat verdomme eens wat horen! Ik gooi de trossen los en puf weg. De Genua is aangeslagen, maar ik heb geen zin om te kruisen. Ik motor lekker de baai uit, de muziek staat keihard en ik wil weg, weg, weg. Bij Copacabanana wil ik zeilen maar de wind is nu gaan liggen, lekker is dat, dan motoren we maar verder, langs Ipanema. En dan de Gennaker op. Weinig wind, maar net genoeg, drie knoop gemiddeld ga ik de nacht in.

Door Merel

Het zit er al weer op voor mij! Mijn baas was niet zo gecharmeerd van mijn plan om nog wat langer te blijven en heeft me teruggefloten…. Ik heb niet veel gezeild, en het helaas ook niet gered tot Ilha Grande (dat volgens nationale consensus “heel mooi” is!), maar ik heb wel een hele leuke en gezellige tijd gehad aan boord van de Rebellion! Bedankt lieve Smartie Smurf! Tudo de bom para você!

2 mei

Lichtweer zeilen geeft weinig slaap. Bij zonsopgang arriveer ik in Ilha Grande. Heel mooi, jammer dat Merel dit stukje niet meer mee kon zeilen. Het was erg leuk haar weer te zien. Veel gelachen en eindelijk Nederlands kunnen lullen. Van zeilen is echter niet veel terecht gekomen, dat moeten we nog maar eens over doen. Ik gooi mijn anker uit in Palmenbaai voor het Mangostrand. Ik slaap de hele middag en heb vervolgens geen zin om aan wal te gaan. Ik kijk een film en kook een maaltijd. Dat is lang geleden, ik moet vanaf nu weer zelf koken en wassen. Hoe ging dat ook alweer? Ik maak pasta met vegetarische Bolognese saus (sojabrokken), best lekker! Vervolgens tik ik dit!
Copacabana
Rio

3 mei

Aangezien ik gisteren de hele middag had geslapen, heb ik nu de hele nacht wakker gelegen. Geeft niet, ik werk uit hoeveel schuim ik nodig heb om de boot straks onzinkbaar te maken en schrik me rot: waar laat ik dat? Ik snij een gepast stuk piepschuim af en doe er duiklood aan voor een experiment. Nu naar de wal, ik heb geen zin om dinghy op te pompen, dus zwem ik. Ik loop naar het strand aan de andere kant van het eiland, kom nog wat andere apen onderweg tegen en toeristen, ze lijken wel wat op elkaar. Ik ga op zoek naar boulders om te klimmen, maar ik vind niets goeds. Op dit eiland doet men aan ecotoerisme! Dat is massatoerisme zonder de massa zeg maar. Generators tetteren om de ecotoeristen van stroom te voorzien voor hun haardrogers en dieselbootjes varen af en aan om de ecotoerist van zijn hotel naar het strand te brengen, want stel je voor dat hij die vijf kilometer prachtige boswandeling gaat maken om er te komen. Het vervelendste aan toeristenoorden is dat men zo gruwelijk onvriendelijk is. De lokale bevolking is uit op je geld en de toerist is over het algemeen van het soort mens dat je dacht niet meer tegen te hoeven te komen. Het strandpad stinkt naar parfum!

4 mei

Ik maak de boswandeling naar Abraao … en moet mijn kritiek weer deels inslikken: het is namelijk best een eind lopen! Abraao, ja wat zal ik er over zeggen? Mijn moeder en Leo hebben er voor tien dagen een hotelletje geboekt. Dat is geen probleem want er is niets anders hier dan 150 hotelletjes en wat restaurants. Het stikt er dan ook van de toeristen. De bakker is dicht. De connectie valt steeds uit in het internetcafé. Ik kom niet verder dan een e-mail versturen. Hoef in ieder geval niet te betalen. De volgende bakker is nog open, het brood is echter op. Meisje zegt me “om drie uur is er weer brood”. Ze kijkt me nog een keer aan, “oke, half vier!” Ja wat is het nu drie uur of half vier? “Vier uur!” Blijkbaar heeft ze veel ervaring met ongeduldige Gringo’s en neemt geen risico’s! Nou obrigado, doei. Loop terug naar mijn rustige baaitje en stop bij het hotel om te vragen of ik mijn water mag vullen. Dat mag. Met de jerrycans peddel ik even later weer terug.

5 mei


De golven lopen vandaag recht de baai in en de boot schommelt teveel. Ik besluit dus een rustiger plekje op te zoeken. Krijg de motor niet aan de praat, val bijna flauw van het slingeren. Tot ik me realiseerde dat de stopknop niet goed teruggeduwd is! Dat was op Kaap Frio ook een keer gebeurd, ik vloeken en tieren. Zei Merel opeens “moet deze knop niet ingedrukt worden?” Wat een afgang, een meisje dat mij uitlegt hoe ik mijn motor moet starten!! Natuurlijk zei ik zoiets als “Ohh is ie nu alweer blijven haken?”. Ik motor de hoek om en vind een rustig en mooi plekje aan het Praia dos Morcegos. Maak het onderwaterschip schoon en bak een brood, dat verdomd goed lukt, al zeg ik het zelf. ‘s Avonds kijk ik een film.

6 mei

Ik was veel kleding en doe verder geen ene reet.


Ilha Grande

[Top]

Ilha Grande. 7 Mei -7 Juni.

Lui, lui lui. Al een maandje niet geschreven nu moet ik hard nadenken. Globaal:

Week 1

Aangekomen in Abraoo, best leuk dorpje, ga veel wandelen en s'avonds biertje drinken met mijn buurman Ron, Australiër van bijna 60 met een blonde paardenstaart en grote spierballen. Hij is hier al zes maanden en kent iedereen. Al snel ben ik helemaal ingeburgerd. Ron heeft veel vriendinnetjes gemiddelde leeftijd twintig, vind ik zelfs nog te jong.
Af en toe controleren we of de andere buurman nog leeft. Hij heet Harold is een hele oude Zuid Afrikaanse boer van Duitse afkomst, is er ook al iets van acht maanden maar in tegenstelling tot Ron komt hij praktisch niet van boord. Ik denk dat hij is gekomen om te sterven, bijna was hem dat gelukt, Ron die hem al drie dagen niet had gezien of gehoord is aan boord gegaan nadat er voor de zoveelste keer niet op zijn geroep werd gereageerd en vond hem half dood onder aan de trap waar hij blijkbaar al twee dagen lag, na een week ziekenhuis mocht hij weer terug naar de boot. De meeste mensen haten de oude man, en dat is volstrekt begrijpelijk. Urenlang kan en zal die iedereen vertellen hoe de wereld volgens hem in elkaar zit, vergezochte complot theorieën over de New World order. Over het blanke ras dat met uitsterven bedreigt wordt en uiteindelijk kom je altijd weer terecht bij "Those Damn Niggers" die zo'n zooitje maken van zijn Zuid Afrika. Maar als je de praatjes van deze verbitterde man met een flinke korrel zout neemt zul je merken dat ie best aardig is. Bovendien praten de meeste mensen onzin dus blijven er te weinig over om mee te kletsen als je alles te serieus neemt.
Af en toe trekt er een frontje over en dan blaast het behoorlijk op de ankerplaats, als het gepaard gaat met regen zit je gelijk een hele dag binnen een boek te lezen. Het is eindelijk een stuk koeler, en dat bevalt me prima, overdag maximaal 25 graden en s'nachts zo'n veertien. De truien heb ik weer tevoorschijn getoverd.

Vogels

Piratenbaai
Valeria

Paul en zijn moeder

Week 2

Besluit om de omgeving te gaan ontdekken. Zeil naar diverse eilandjes en baaitjes, het is erg mooi. Wel druk met veel motorboten wat weer te begrijpen is door het chronische gebrek aan wind hier. Ondanks de schoonheid heeft het gebied niet zoveel te bieden voor de zeiler, geen wind, troebel water dus duiken is ook uitgesloten, en rotsen zijn te gecorrodeerd en te begroeid om te klimmen.

Week3

Ma & Leo komen op bezoek. Ik wacht ze op bij de ferry terminal, en help ze hun onhandige koffers naar hun hotel te slepen. Ik neem mijn drop, rookworsten en tijdschriften in ontvangst.
S'avonds gaan we lekker uit eten, iets wat we de hele week zullen doen. We wandelen naar Lopez mendes strand, waar ze zich lekker in de golven uitleven. Ik ben mijn boek vergeten. Terug nemen ze de boot, ik loop want ik wil geen uur wachten. Volgende dag gaan we snorkelen ik heb nog twee mensen uitgenodigd een Argentijns koppel die ma en Leo op de ferry hebben ontmoet. Bij het lichten van het anker blijkt deze vast te zitten, heb ik nog nooit meegemaakt. Ik duik en vind de ketting verstrikt in stukken betonijzer die uit een oud mooring blok steken. Drie duiken later zijn we los. Wind is er niet dus moeten we helaas motoren. Maar met stroom mee zijn we er zo.
Santiago uit Argentinië
Eerst gaan we naar the Blue Lagoon om te snorkelen, dat valt echter tegen, er is geen donder te zien op een paar zeer grote zeesterren na. Er komt een man in kano bier en kokosnoten verkopen, we willen eerst niet maar de man blijft en blijft uiteindelijk krijgen we dorst en bestellen allemaal wat. Eindelijk wind we zeilen naar een baai die zo goed verscholen is dat je hem pas ziet als je er invaart, vroeger verstopte de piraten zich hier maar nu hebben ze een hotel waar we lekker kunnen eten.

De rest van de week wandelen, zeilen en eten en nog een keer naar Lopez mendez strand. Week is zo voorbij, Ma en Leo moeten de rest van Brazilië ook nog zien en vertrekken weer, ik geef me moeder een dikke afscheidsknuffel en zwaait ze uit; "Tot over een paar jaar" Wel maf om ze hier te ontmoeten, eerste keer dat ze meezeilde was in Brazilië. Als je dit leest zijn ze weer heelhuids terug gekomen, mijn moeders verhaal (iets gedetailleerder) vind je dan hieronder.

Week 4

Kleding wassen en boot voorbereiden, het regent teveel dus drogen duurt drie dagen. Ik vertrek naar Angra dos Reis om Bobby op te halen, een Amerikaan die een stukje mee wilde zeilen. Ik moet het hele stuk kruisen, net voor donker laat ik mijn anker vallen. Bobby komt al aangeraced met de dinghy van de Blue Vic waar hij nu crew is. Stefan (schipper) gaat echter terug naar Zwitserland. Bobby wilde nog wat langer zeilen en had mij gevraagd. Nu verteld hij me dat hij geen tijd meer heeft en terug naar huis moet. Oke, ik had al zo'n voorgevoel maar vind het helemaal niet erg omdat ik nog drie dagen werk aan de boot heb voordat ik naar Argentinië gaat. Als ik vervolgens nog een vuilniszak vol lekker eten krijg van Stefan, vind ik het niet eens jammer hier helemaal heen gekomen te zijn. We drinken nog een biertje en ze gaan hun bus halen. Volgende dag eet ik mijn buikje vol met brood met kaas en worst en melk en fruit en allemaal zooi die niet lang goed blijft buiten de koelkast. Ik anker voor de plaatselijke shopping mall en doe boodschappen, ga het dorp in voor een stukje pijp voor mijn helmstokverlenger want die was gebroken, en ga er snel vandoor want het is hier niet echt leuk ofzo.
Weerbericht voorspelde voor de volgende dag een mooi noorderwindje kracht vier, ik had me er helemaal op verheugd. Volgende dag 1bft later 0. Was vol goede moed begonnen aan de oversteek van de baai. Uiteindelijk moeten motoren maar met muziekje op en fantastisch uitzicht, vond het stiekem wel prima.
Ga voor anker in beschut baaitje voor Ilha do Cotia, had er rust verwacht maar vind negen andere plezierboten!! Na het weekend echter weer stil. Ik lig naast een bootje uit Beunos Aires, een stelletje aan boord van mijn leeftijd. Overdag werken we beide aan onze boot en s'avonds eten en drinken we om de beurt bij elkaar. Gezellig klussen zo. Na drie dagen boot klaar, wegwezen, richting Parati voor meteo en koekjes.


[Top]

Donderdag 17 mei (verslag van Helena en Leo)

Op Hemelvaartsdag met de KLM vertrokken naar San Paulo en vandaar met TAM naar Rio. Een paar dagen verbleven in een hotel bij Copacabana.

Zondag 20 mei

Met taxi naar het busstation van Rio. Met de bus naar Angra dos Reis. Voor een extraatje zette de bus ons af bij de haven. De veerboot vertrok - ondanks allerlei andere berichten - om half twee naar Ilha Grande, Vila do Abraão. Na anderhalf uur varen waren we er. Paul stond ons al op te wachten bij de haven: een strand met een paar aanlegsteigers.
Ons hotelletje was niet onaardig, maar voor het geld hadden we wat meer verwacht (warm water voor de douche bijvoorbeeld).
Paul leidde ons rond door het Vila do Abraão, een handvol weggetjes, waarvan twee met keien bestraat. We kwamen Paul zijn "buren" tegen: Harald en Ron.
's Avonds met zijn drieën gegeten, vrij goedkoop, maar het stelde ook erg weinig voor.
Onze onhandige koffers bevatten - onder andere - bestellingen van Paul: waterdichte zakken, rookworsten, pakjes scheepsbeschuit, een fles sauce, een lange broek, tijdschriften, een boek, een lantaren en een kilo drop.

Maandag 21

Kolibries gezien. Met Paul naar drie stranden gegaan. De stranden zijn erg mooi hier. Praia Lopez Mendes is het langst en de golven zijn hier het grootst (van de drie bezochte stranden, er zijn er veel meer). Het water is helemaal niet koud. 's Avonds heerlijk gegeten aan de haven: risotto met garnalen, wel duurder dan gisteren.
Hotelletje Helena en Leo

Dinsdag 22

Over een smal en ongemakkelijk paadje naar de baai waar Paul zijn boot ligt. Met Paul en twee nieuwe kennissen, Santiago en Valeria, vakantiegangers afkomstig uit Argentinië, gingen we zeilen. Toen we wilden vertrekken bleek het anker vast te zitten. Paul dook naar de bodem en zag dat de ketting vast zat aan een oude mooring (een blok beton om schepen aan vast te leggen, in plaats van een anker). Na enige duiken was de ketting los en kon het anker worden opgehaald. Wegens gebrek aan wind op de motor naar de "Blue Lagoon". Gesnorkeld, gestreepte vissen en enorme zeesterren, veel begroeiing, maar weinig fauna. Drankjes gekocht van een koopman in een kano, rietje waren stukjes bamboe. Een stukje gezeild naar de Piratenbaai. Bij een fraai - maar bijna leeg - hotelrestaurant gegeten. Toen we teruggingen viel de schemering en regende het even.

Paul en Leo Helena en Santiago

Woensdag 23

Somber, regenachtig weer. Gewandeld. Resten van een aquaduct en een hospitaal (?) gezien. 's Avonds met zijn drie-en pizza gegeten. Veel pizza, matige kwaliteit.

Donderdag 24

Met Paul een wandeling gemaakt naar Dois Rios. Het "pad" bestaat uit modder en bouwafval, 3,5 km heuvelop en 3,5 km heuvelaf. Even kijken naar het strand, erg mooi ondanks het sombere weer en leeg door dat sombere weer. Aapjes gezien. Even iets gedronken in het uitgestorven plaatsje. En toen weer teruggelopen. Paul loopt veel sneller dan wij. Het lukte ons nog maar net om voor het donker terug te zijn. Dat is wel nodig want je zou je benen breken in het donker.

Vrijdag 25

Met zijn drie-en gezeild. Helena heeft een flink stuk aan de wind gezeild. In een baai voor anker gegaan. Naar de kant om een kerkje uit 1843 te bekijken. Weinig te zien: kerkje, een paar huizen en een strandje. Teruggezwommen. Terugzeilen ging erg langzaam want er was weinig wind. Op de motor verder, in het donker.

Zaterdag 26

Eindje gezeild en zonder Paul verder gelopen naar Praia Lopez Mendes. Paul ging zijn kleding wassen en drinkwater innemen. Het was zonnig en er stond weer nauwelijks wind.
Terugzeilen ging dus tergend langzaam. Mooie sterrenhemel.

Zondag 27

Naar de veerboot. Het was redelijk weer, zonnig maar niet erg warm. Paul kwam afscheid nemen, misschien voor een paar jaar, misschien voor een paar maanden, wie weet?
Wij gaan nu verder naar de watervallen van Foz de Iguassu, de Amazone en de stad Salvador.

Een baai van Ilha Grande


[Top]

5-11 juni

Richting Parati, door gebrek aan wind drop ik het anker een paar mijl voor mijn bestemming. Volgende morgen motor ik de laatste paar mijl. Het historische stadje ziet er echt heel mooi uit vanaf de waterkant. Alle lelijke plezier boten liggen in of bij de jachthavens aan de andere kant van de baai. Ik pak mijn kajak en ga zoeken naar een flappentap. Dat viel niet mee want bij nationale banken kun je niet terecht met mijn pinpas daar moet je een aparte ATM voor hebben. Daar is er een van en die was ik dus straal voorbijgelopen. Uur ge-internet, boodschappen gedaan en geprobeerd mijn benen niet te breken. In Parati zijn de straten gemaakt met gigantische stenen, die liggen een beetje schots en scheef, maar asfalteren mogen ze hier niet want het is een Unesco site, vol met mooie koloniale gebouwen, waar je niets van ziet omdat je goed moet opletten waar je je voeten neerzet. Tenzij je gaat stilstaan, maar daar heb ik geen zin in. Peddel terug, en moet met jerrycans in de kajak naar de shellpomp om diesel te tanken. Daar aangekomen, blijkt de kademuur twee meter hoog te zijn zonder trapje of wat. Ik gooi gewoon mijn jerrycans omhoog tot er iemand aankomt lopen die ze vult. Vriendelijke man, alleen een beetje jammer dat hij de dop er scheef op draait, en helemaal jammer dat ik daar pas bij aankomst op de boot achterkomt. Kajak schoonspoelen en soppen. De Braziliaanse boot naast mij heeft mij uitgenodigd voor een BBQ. Daar zeg ik geen nee tegen natuurlijk. De oude man is chirurg. Hij heeft een lekker jong ding als vrouw, denk weer typisch zo'n geval van ouwe rijke stinkerd koopt meisje. Vraag haar wat zij doet. Ze is ook arts gespecialiseerd in orale kanker. Ik weer met mijn foute vooroordelen. Moet ik toch eens afleren.

ilha anchieta

Volgende ochtend, na nog meer diesel en water te hebben getankt, vertrek ik onder zeil. Mijn Franse buurmannen proberen mij nog een keer over te halen om te blijven, verklaren mij voor gek om in de winter naar Argentinië te gaan. Het wordt een mooi stukje zeilen, maar helaas weer erg kort, geen zin om zonder wind rond te dobberen zo dicht bij land, besluit ik te ankeren en te wachten (2dagen), Weg, geplaagd door de eeuwige windstiltes (begin echt een ongelofelijke haat te koesteren tegen Brazilië) kom ik anderhalve dag later aan bij Anchieta eiland.

12 juni

Op verkenning, de muren van de oude gevangenis staan er nog, het museum (betaalt door Duitse ontwikkelingsbank) stelt niets voor, Ga wandelen, bij de strandtent hebben ze sinds het seizoen is afgelopen geen koude drankjes meer. Jammer want ik heb ontzettend dorst. In de middag ga ik langs de kust kajakken en geniet van een fantastische zonsondergang.

zelfportret

13 juni

Sta bij zonsopgang op en peddel richting strand op zoek naar groepen Capivara's de grootste knaagdieren op aarde! Ik vind er een zooitje, maar ben teleurgesteld in de grootte. Volgens mij zijn muskusratten groter. Motor naar Enseada do Flamengo, ga hier weersvoorspelling checken en voer in slaan. Eet broccoli met rookworst.

14 juni

Motor/ zeil/ motor naar Ilhabela.

15 juni

Ilhabela ontdekken, mooi maar erg klein, is ook niets te doen verder. Het is duidelijk buiten seizoen, want de schappen in de supermarkt zijn leeg maar gelukkig hebben ze wel nog koekjes. Als ik wil afrekenen blijken ze niet voldoende wisselgeld te hebben. Ik wil betalen met briefje van 50real (ong20euro), dat een supermarkt met vier kassa's daar niet voldoende voor in kas heeft is echt ongelooflijk. Maar dat gebeurt hier wel vaker, als je pint zo snel mogelijk je geld kleiner maken.

16 juni

Komt een koufrontje over vandaag, besluit aan de andere kant van het eiland te gaan omdat je daar rustig ligt. Als ik wegzeil, neemt de wind lekker toe en met alleen grootzeil op (ivm wegvaren!) en een beetje stroom loop ik zevenhalf knoop het kanaal door zigzaggend tussen de geankerde tankers. Eenmaal aan de noordkant gaat de wind natuurlijk weer liggen. Twee uur later terug uit het zuidoosten met een goede twintig knoop. Lekker de boot gaat gewoon weer eens lekker scheef das lang geleden. Ga voor anker in beschut baaitje. En ga lekker pitten.

17 - 22 juni

De eerste dag begint erg goed, althans we kunnen gewoon zeilen. Maar weer duurt het niet lang, wind verdwijnt en dobber de nacht in. Volgende dag amper wind. Dagen daarna idem dito, niet alleen is er geen wind ik heb ook drie dagen mist. Daar kwam ik op bijzondere wijze achter, het was nacht en het ais alarm ging af, ik kijken zie geen schip, maar goed 8mijl verwijdert op zich mogelijk. Op twee mijl afstand nog steeds niet, vreemd, een mijl; krijg nou wat dat schip voert geen licht! Toen hoorde ik een misthoorn en drong het pas tot me door dat ik niet verder als dertig meter kon zien!! Het waren spannende dagen, ais geeft grote jongens aan maar de vissersboten die niet, gelukkig hoor je ze wel. Altijd, ook als ik slaap word ik wakker van hun diesel geronk, al zijn ze dan wel heel dichtbij. Ik laat mijn gastoetertje dan blèren maar weet niet hoe ver dat draagt, en in mijn radarreflector heb ik ook weinig vertrouwen. Drie dikke boeken lees ik uit in drie dagen. Krijg ook weer dagelijks bezoek van dolfijnen, En die krengen laten me soms flink schrikken, sta je lekker over de reling te pissen, schiet er opeens uit de duisternis een lichtgevende torpedo met zestig kilometer per uur recht op de boot af. Piep piep piep, ja leuk hoor flipper ga je moeder maar pesten. Om voor donker aan te komen bij jachtclub Capri motor ik de laatste twintig mijl. Vaar de rivier op en kom bij een hoop gele boeien tot stilstand, dit lijkt niet op wat er in mijn boek staat. Shit. De haven reageert niet op mijn VHF oproep, gelukkig komt er een boot aan die wel de weg weet en ik volg hem gewoon. Je moet dus tussen de gele boeien, als ze die nu gewoon rood en groen maken weet je waar je moet wezen. Dat er vissersbootjes midden tussen de boeien liggen maakt het er ook niet duidelijker op. Eindelijk aan een steiger. Ik wil douchen maar ben te moe ga gewoon even diep en lang slapen. Over de 240mijl heb ik vijf dagen gedaan!

23 juni

Ga naar de jachtclub maar de man die me volgens andere kan helpen kan me niet duidelijk maken wat ik wil weten. Fala Ingles? "More or less" zegt de man. Nou dat was dus less, want more kan hij niet zeggen. Ik ga wel naar het kantoor, de vriendelijke juffrouw spreekt ook geen engels, maar ze weet wel iemand, even bellen. Vijf minuten later komt mr. More or less boven. Na veel handgebaren weet ik dan dat de eerste dag gratis is en je dan 70real per dag betaalt, nou dan blijf ik een dag! De douche is fantastisch, het is volgens mij de eerste douche sinds Engeland 10maanden geleden, waar ik niet met kippenvel onder vandaan kwam! Ga terug naar de boot, en begin een handwasje. Als er een motorboot aankomt, ga ik vragen of ik mijn computer mag opladen want ze hebben hier een aparte stekker die ik niet bezit. Dat mag, ik weer verder wassen, dan roepen ze of ik zin heb om mee te barbecuen. Ja hoor! En zo is de rest van de dag gevuld. Het zijn weer artsen! En er komen steeds meer motorboten binnen en iedereen kent elkaar en zo wordt het een heel groot feest. Om de beurt kijken ze even op Rebellion en om de beurt verklaren ze me voor gek. Het is erg gezellig, maar ik moet voor het donker vertrekken, anders moet ik meer geld betalen als ik heb. Afscheid nemen duurt een half uur. En als ik de trossen losgooi en de boot afduw, roepen ze wacht. Dus daar sta ik aan het eind van de vinger pier met de preekstoel in mijn ene hand en met de andere allerlei geschenken en omhelzingen te ontvangen, (de meeste hadden redelijk wat gedronken!) Eindelijk weg tussen de gele boeien door en dan vier mijl de brede rivier op naar San Francisco do sul, Ik eet wat van de bak aardbeien die ik mee kreeg en blader door de onzin vrouwen tijdschriften. Ik zei nog zo dat ik geen Portugees kan lezen, maar het ging om de plaatjes. Als ik eenzaam was kon ik naar de mooie vrouwen in het blad kijken! Ik kom aan in San Francisco en anker naast het enige andere jacht. De eigenaar Allan, komt al aanroeien met zijn hond en we praten wat, later eet ik soep bij hem en gaan we de stad in naar een feest dat stiekem geen feest was. Maar de kroeg is ook gezellig.

24 juni

Zondag vandaag en alles is dicht. Gelukkig is het nationale maritieme museum wel open. Hier wandel ik de hele middag rond. Best een mooi museum, alleen is er weinig maritieme geschiedenis in dit land. De hele geschiedenis staat in het teken van de houten visboot. Van 500 jaar terug naar nu, praktisch ongewijzigd. Tja.

25 juni

Vandaag uitklaren bij immigratie en douane, maar als ik daarna het weerbericht check geven ze weer kalmte op. Shit. Nu donderdag vertrekken. Ben nu illegaal!!

26 juni

Klus wat aan de boot, maak spatzeiltjes voor elektronica. Prepareer een zeeanker en doe boodschappen. Eet pizza, maar zelfs diepvries pizza is hier niet lekker. Het witte chocolade toetje maakt alles weer goed.

27 juni

Wachten. Ik ga met Allan naar de markt. Hij kent hier al een hoop mensen. Oude zeelui zitten hier de hele dag koffie te drinken. Bij de slager koop ik worst (om meer smaak te geven aan mijn vegetarische gevriesdroogde rijstschotel) en een zak vol met gedroogde bananen, super voedzaam.

28 juni

Ja nu ga ik vertrekken, ben het zat, naar Porto Belo. Wind laat me weer verrekken. Motor de hele middag. Maar moest toch echt een keer weg hier.

29 juni

De laatste tien mijl kan ik zeilen, de omgeving is weer eens buitengewoon mooi. Een dinghy komt naar me toe varen, ze groeten en beginnen een praatje, leuk dit soort ontmoetingen op zee. Ik vaar de baai in en de schoonheid is weg. Porto Belo is een lelijk stadje. Ik anker voor de jachthaven, blaas mijn kajak op en ga douchen, weer warm.

30 juni

Ik ga boodschappen doen, het stadje is van binnen nog lelijker als van buiten. Ik word nog genept door bejaarde snol. Heb ik zo'n hekel aan. Als je iemand besteelt, doe het dan goed, niet de prijs van je broodjes verdubbelen omdat er Gringo op mijn voorhoofd staat. Nou ja, ik ga er ook geen ruzie om maken. Terug naar de haven, wil internetten maar de wifi doet het niet. Shit, weer helemaal teruglopen naar het dorp.

[Top]
 

vervolg juli - september 2007

Laatst bijgewerkt op 14 augustus 2008.